1976
- Anne Wislez
- Jun 27
- 6 min read

“Aah die zomer van 1976…” Als ik mag afgaan op de vele posts die ik zie verschijnen, moet het een mooie zomer geweest zijn. Pure nostalgie. Ik las onlangs dat er bij de jongere generaties een groeiende nostalgie is naar de jaren 90, toen alles nog natuurlijk en ontspannen was. Ik heb diezelfde heimwee, maar dan naar de jaren 70, toen alles in mijn ogen wonderlijk eenvoudig was. Die hilarische non in haar deux-chevaux in de films van Louis de Funès – that says it all. De Franse landwegen, de zonnebloemen, de lavendel, de tot op de nok gevulde familiewagen als we op vakantie gingen. Gaan zwemmen in het openluchtzwembad van Bell Telephone, mama met haar badmuts met bloemen, en mijn broer zwoegend met de koelbox met daarin een fles Spa citron en witte boterhammetjes met smeerkaas van La Vache Qui Rit. De wijde broeken, de bloemen-T-shirts, de rare brillen, waardoor zelfs mijn moeder er een beetje uitzag als een gangster. Aah, waar is de tijd. En ik ben duidelijk niet de enige die met weemoed terugdenkt aan die mooie jaren. Zo blijkt uit de vele posts die ik lees, naar aanleiding van de hete dagen in Europa.
In Europa dan misschien, maar anders niet meteen in Portugal, want hier is het deze dagen gewoon zacht zomerweer onder de 30 graden en gisterenavond had ik het bij het naar huis lopen zelfs een beetje fris. Maar in het thuisland en bij de noorderburen, waar mijn lief op dit moment zit, smelt iedereen weg bij temperaturen die oplopen tot bijna 40 graden. Ongezien. De media staan rood van de alarmerende berichten, en dat roept bij mensen die de angstcultuur in de media beu zijn al even verhitte emoties op. In die discussies is het jaar 1976 – “de zomer met de 17-dagen durende hittegolf” – hét bewijs dat de temperaturen van vandaag echt niet zo uitzonderlijk zijn. Er wordt vooral op gewezen dat we in die tijd bij zo’n warm weer gezellig een ijsje gingen eten, ons opblaasbaar zwembadje oppompten en genoten van de mooie zomerdagen, zonder dat de media het nodig vonden om extra paniek te zaaien. Wat inderdaad fijn moet zijn geweest. Al kan ik me van dat beruchte warme jaar eigenlijk niks herinneren. Het moet zijn dat ik er inderdaad geen trauma aan heb overgehouden.
Als ik al die verhitte berichten lees, verbaas ik me er telkens weer over hoe moeilijk het in deze tijd blijkbaar is om ‘in het midden van het verhaal’ te blijven staan.
Maar als ik al die verhitte berichten lees, zoals vandaag, verbaas ik me er telkens weer over hoe moeilijk het in deze tijd blijkbaar is om ‘in het midden van het verhaal’ te blijven staan. Alsof het altijd de ene pool, of de andere moet zijn. In dit geval, ga je of helemaal mee in de klimaatangst en je volgt de reguliere media en wetenschap en denkt “Oh-oh, we gaan opbranden”, of je gelooft er geen snars van en maakt de hele gedachte en alles wat ernaar verwijst, belachelijk. Maar door het zo gepolariseerd te bekijken, maken we de ene pool al even ongeloofwaardig als de andere.
Dus laten we het hoofd een klein beetje koel houden, denk ik dan, vanuit mijn bevoorrechte Portugese positie. Waarom zou het één de absolute waarheid moeten zijn, en het andere de absolute leugen? Kan het niet zo zijn dat alles in zekere zin waar is maar dat we allemaal onze kijk op de zaak graag aandikken, om een dieper liggend ongenoegen te ventileren? Kan het niet zijn dat er de laatste decennia af en toe temperatuurpieken geweest zijn (en wel in de zomers van 1947, 1976, 1994, 2003, 2018, 2020, 2022, 2025, met een absolute record in 2019, toen er in België voor het eerst temperaturen gemeten werden boven de 40°C), maar dat de temperatuurcurve in het algemeen sinds de wereldoorlog stijgt? En dat die temperatuurstijgingen – samen met natuurlijke fenomenen, verstedelijking, ontbossing, e.a. – de extreme weersomstandigheden hebben doen toenemen, waar inmiddels al heel wat mensen onder lijden?
Maar is het niet ergens logisch dat de media daar aandacht aan willen besteden? Je kan foeteren op de bestaande media (dat doe ik ook), maar we weten ondertussen dat die media al sinds de jaren 90 (toen ze op de beurs gingen) steeds meer op sensatie belust zijn geraakt, en dat ze sindsdien niet anders doen dan alarmerende berichten opkloppen, omwille van de kijkcijfers, omdat de wet van de clickbaits nu eenmaal ook geldt in de media. Ze weten maar al te goed dat we ernaar zullen kijken. Hitte scoort, omdat het iedereen aanbelangt (wij noemden dat in het redactiejargon ‘een 90% onderwerp’). Het spreekt ook tot de verbeelding, net zoals grote branden altijd in het begin van het journaal belanden omdat mensen dat nu eenmaal spectaculair vinden. Extreme weertoestanden fascineren ons nu eenmaal, ze geven ons een kick. Waarom zouden we stormen of wateroverlast anders massaal filmen?
Ook ik vind het lastig om steeds weer te moeten kijken op rood ingekleurde landkaarten die er vroeger niet waren, maar passen ze niet ook bij onze schreeuwerige beeldcultuur?
Ook ik vind het lastig om steeds weer te moeten kijken op rood ingekleurde landkaarten die er vroeger niet waren, ze werken op ons in als een rode lap op een stier – en die extra stress kunnen we echt wel missen. Maar zijn we sinds de jaren 90 niet allemaal steeds visueler gaan communiceren? Volgens mij zegt een rood-geel-groene kaart de ‘Swipende Medemens met de 47-seconden-concentratieboog’ meer dan een uniforme, vaaggele kaart met getallen. Eigenlijk doen de reguliere media hierin niet anders dan alle andere media. Is opvallen en schreeuwen niet ons aller (beeld)taal geworden?
Natuurlijk is angst oproepen ook een machtsmechanisme, daar zijn we ons ondertussen meer dan bewust van. Dus we blijven alert. Als crisissen aangedikt worden, zijn we meer vatbaar voor controle. Dat willen we als vrijdenkende mens absoluut voorkomen. Daarom willen we de retoriek compenseren, en intomen wat ons overdreven lijkt. Maar hiermee voeden we misschien ook weer het andere uiterste. Want we willen doen alsof er niks aan de hand is. “Ach, 50 jaar geleden was er ook zo’n week.” Dat kan zijn, maar het gaat er niet over dat er in 2076 nog eens een hittegolf neerslaat, maar wel volgend jaar. En het jaar daarop nog eens. En kan het zijn dat we die mogelijkheid voor het gemak even liever negeren? Willen we de zaak ook niet een klein beetje normaliseren omdat we hopen hiemee ons eigen zenuwstelsel te reguleren? Omdat we het diep down toch ook wel verontrustend vinden dat het klimaat niet langer alleen mensen op de Malediven treft, maar steeds dichter bij huis…?
En misschien speelt er onder de resoluutheid waarmee we de media de mond willen snoeren en gezellig een pilsje willen drinken onder een parasol, ook wel kwaadheid. Omdat we voelen dat de media spreekbuis zijn van een overheid en industrie die ons willen betuttelen, beperken en controleren, en ons de rekening willen laten betalen voor wantoestanden die ze zelf misschien al decennia geleden een stuk hadden kunnen voorkomen, toen het nog kon. En heel waarschijnlijk zijn we daarbij stiekem ook een beetje kwaad op onszelf, want we hebben het met z’n allen als samenleving decennialang ook laten gebeuren. We hebben bij de groeiende economie allemaal ons voordeel gehad, en hebben meegedaan aan profit over planet en moeten nu een deel van de gevolgen dragen. Dat vinden we lastig. Karma is a bitch.
We hebben allemaal in zekere zin meegedaan aan 'profit over planet' en moeten nu een deel van de gevolgen dragen. Dat vinden we lastig. Karma is a bitch.
Wie weet verlangen we stiekem ook een beetje naar die goeie ouwe jaren 70, omdat onze (groot)ouders, de na-oorlogse generatie, nog wist hoe de duimschroeven aan te spannen en op de tanden te bijten, wanneer nodig. Want dat zijn we met z’n allen een beetje verleerd.
Ach, en misschien heeft het niet zozeer met generaties te maken maar met persoonlijkheden. De ene mens heeft behoefte aan rood omdat hij die adrenalinekick of de leidende overheid nodig heeft. De andere ergert zich blauw aan de verkleutering van politiek en media en de controlemechanismen die hij doorziet. Net zo zijn er mensen die hete temperaturen makkelijker aankunnen omdat ze de luxe hebben om in de airco, het zwembad of onder dikke bomen te gaan zitten – of omdat ze gewoon hittebestendiger zijn of makkelijker kunnen omgaan met ongemak, dan anderen die in een hete torenflat wonen, een zwakker hart hebben, gevoeliger zijn voor warmte, of in die hitte moeten werken met dieren, kinderen, of zieken – of met gevaarlijk, niet-hittebestendig materiaal. Some like it hot, and some… euh, I guess not.
Ik blijf het fascinerend vinden hoe eenzelfde situatie er helemaal anders uit kan zien, al naargelang de ogen waar je door mag kijken. Ik hou ervan om door een kaleidoscoop naar de wereld te kijken. Het helpt mij om mijn blik niet door de hitte te laten vertroebelen en vernauwen. Want hittegolf of niet, we mogen ons niet in kampen laten jagen. Als we dat doen, liggen we straks allemaal strijk op de grond. Zeg maar dat Nonkel Bob het gezegd heeft.




Comments